Uitspraak
[naam verdachte] ,
Onderzoek op de terechtzitting
Tenlastelegging
Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden.
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het witwassen van ongeveer €26.145 door contante stortingen op zijn bankrekening tussen januari 2014 en augustus 2017.
De officier van justitie stelde dat de herkomst van de gelden niet verklaarbaar was uit het legale inkomen van de verdachte en wees op verdachte omstandigheden zoals geldstromen met een collega-politieagent, een grenscontrole en versluierd taalgebruik in telefoongesprekken. De verdachte verklaarde dat het geld afkomstig was van leningen, schenkingen en het inwisselen van goud.
De rechtbank oordeelde dat het dossier geen direct bewijs bevatte dat het geld uit een misdrijf kwam en dat de verklaring van de verdachte concreet en deels verifieerbaar was. Gezien de hoogte van het bedrag en de periode vond de rechtbank de verklaring niet onwaarschijnlijk. Hierdoor kon niet met voldoende zekerheid worden uitgesloten dat het geld een legale herkomst had.
Daarom werd het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen geacht en sprak de rechtbank de verdachte vrij van witwassen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat het witwassen van circa €26.145 wettig en overtuigend is bewezen.