Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het verdere verloop van de procedure
- het tussenvonnis van 14 juni 2018 met de daarin genoemde processtukken;
- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 16 januari 2019;
- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 11 april 2019.
2.De verdere beoordeling
bezig waren met de bestrijding van ganzen. Toen zijn mijn vader en hij gaan praten over de mogelijkheid dat wij dat ook op percelen van [naam 1] zouden gaan doen. Op een bepaald moment ben ik daarbij betrokken, omdat het de bedoeling was dat de overeenkomst op mijn naam zou komen. […] Kort vóór het sluiten van de overeenkomst heb ik voor het eerst met [naam 1] hierover gesproken. De overeenkomst dateert 12 april 2013. Ik schat dat ik in februari 2013 voor het eerst met [naam 1] hierover sprak.
kwam en hij zag dat ik een auto vol met geschoten ganzen had. Toen is het balletje gaan rollen.
problemen die tot deze procedure hebben geleid”, maar deze problemen zijn volgens [eiser] pas ontstaan door de brief van de heer De la Sencerie van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid van 14 juli 2016, zoals in de dagvaarding staat.