Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het onder 1 en 2 tenlastegelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met aftrek van voorarrest, en als bijkomende straf ontzetting uit het recht tot het uitoefenen van een beroep in de zorg, waaronder begrepen financiële en administratieve dienstverlening in de zorg, gedurende een periode van vijf jaren.
4.Waardering van het bewijs
De medeverdachte [naam medeverdachte] was naast bestuurder tevens werkzaam als zorgverlener. [naam bedrijf 1] had ook een aantal personen in dienst die zorg leverden. De verdachte hield zich vooral bezig met de financiële administratie van [naam bedrijf 1] en daarnaast nam zij begeleiding van de cliënten voor haar rekening.
Dit verweer wordt verworpen.
doseereenheden van 1 milligram Lorazepam, en
doseereenheden van 10 milligram Temazepam, ,
als bedoeld inde bij de Opiumwet behorende lijst II.
5.Strafbaarheid feiten
1.
valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon, terwijl de verdachte feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd;
2.
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 van Pro de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straffen
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Bijlagen
10.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) maanden;