ECLI:NL:RBROT:2019:3262
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kantonrechter in incassoprocedure
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen kantonrechter Van Schouten naar aanleiding van een rolzitting in een incassoprocedure tussen verzoeker en een bank. Verzoeker stelde dat de kantonrechter geen belangstelling had voor zijn verweer en onterecht een eerdere, door een andere kantonrechter gewezen, zaak terzijde had geschoven.
De kantonrechter gaf aan dat de eerdere zaak was afgedaan en dat het hier een andere procedure betrof. Tevens verklaarde zij verzoeker voldoende aan het woord te hebben gelaten binnen de beperkte tijd van de rolzitting. Verzoeker verscheen niet bij de wrakingszitting, de kantonrechter wel.
De wrakingskamer oordeelde dat een onwelgevallige beslissing op zichzelf geen grond voor wraking vormt en dat er geen objectieve aanwijzingen waren voor vooringenomenheid. De kantonrechter had de zaak correct behandeld en verzoeker voldoende gelegenheid gegeven zijn standpunt te uiten.
Daarom werd het wrakingsverzoek ongegrond verklaard en afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen kantonrechter Van Schouten wordt afgewezen wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor vooringenomenheid.