Eiser was sinds 2006 werkzaam als medewerker steriele medische hulpmiddelen bij het Erasmus MC en viel in 2014 uit wegens psychische klachten. Hoewel hij per 1 januari 2017 volledig arbeidsgeschikt zou zijn, werd dit niet aan het UWV gemeld. Verweerder verleende op 13 oktober 2017 eervol ontslag wegens ongeschiktheid tot arbeid na een vermeende onafgebroken ziekteperiode van 104 weken.
De rechtbank oordeelt dat de onderbreking van de ziekteperiode langer dan vier weken duurde, omdat eiser zich pas op 9 maart 2017 opnieuw ziek meldde en de vermeende ziekmelding per 12 januari 2017 niet officieel is gecommuniceerd. Hierdoor is geen sprake van onafgebroken ziekte en was het ontslagbesluit onrechtmatig.
Daarnaast was onvoldoende onderzocht of eiser passend werk binnen het bedrijf kon verrichten, mede vanwege beperkingen door wonden aan zijn handen. Ook de salariskortingen wegens langdurige ziekte waren onterecht vanaf april 2017. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit, herroept het ontslagbesluit en de salariskortingen, en veroordeelt verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.