ECLI:NL:RBROT:2019:2954
Rechtbank Rotterdam
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep inzake uitblijven besluit bezwaar
Opposante diende een inzageverzoek in bij verweerder, waarna na uitblijven van een besluit een ingebrekestelling volgde. Verweerder gaf vervolgens inzage en documenten. Opposante maakte bezwaar tegen het uitblijven van een besluit op dit bezwaar. De rechtbank kwalificeerde het bezwaar als gericht tegen besluiten van 6 januari 2017 en verwees terug naar verweerder.
Opposante stelde later beroep in tegen het uitblijven van een besluit op bezwaar, maar de rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk wegens te late indiening conform artikel 6:12, vierde lid, Awb. Opposante maakte hiertegen verzet, stellende dat zij gesprekken had met verweerder en dat het bezwaar ook betrekking had op onvolledige dossierverstrekking. Zij betoogde dat de rechtbank onzorgvuldig en willekeurig had gehandeld.
De rechtbank oordeelde dat het verzet geen nieuwe inzichten bood die twijfel konden doen ontstaan over de eerdere beslissing. De eerdere niet-ontvankelijkverklaring bleef gehandhaafd, het verzet werd ongegrond verklaard en de procedure werd gesloten. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens te late indiening wordt ongegrond verklaard.