ECLI:NL:RBROT:2019:1589
Rechtbank Rotterdam
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding bij bestreden besluit van 21 juni 2018
In deze bestuursrechtelijke zaak stond de vraag centraal of eiser tijdig beroep had ingesteld tegen het bestreden besluit van 21 juni 2018 van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, vertegenwoordigd door Agentschap Telecom.
De rechtbank stelde vast dat het besluit aangetekend was verzonden en volgens de Track & Trace-gegevens van PostNL op 22 juni 2018 op het adres van eiser was bezorgd, waarbij een handtekening of paraaf was gezet. De stelling van eiser dat het besluit hem niet had bereikt, werd onvoldoende geacht om aan te nemen dat het besluit niet op zijn adres was bezorgd.
Hoewel de handtekening of paraaf niet aan eiser bekend voorkwam en de naam op de ontvangstbevestiging afweek, deed dit niet af aan de bewijswaarde van de aangetekende verzending. Omdat eiser niet binnen de wettelijke termijn beroep had ingesteld en geen omstandigheden waren aangevoerd om de termijnoverschrijding te rechtvaardigen, verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd mondeling gedaan op 22 februari 2019 door rechter J.H. de Wildt in aanwezigheid van griffier R.P. Evegaars.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding zonder geldige rechtvaardiging.