ECLI:NL:RBROT:2019:1469
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens aantreffen handelshoeveelheid cocaïne
Op 30 oktober 2018 werd in de woning van verzoekers een geldkistje met 273,7 gram cocaïne, een grammenweegschaal, plastic zakjes en € 7.000,- contant geld aangetroffen. Verweerder legde daarop een last onder bestuursdwang op tot sluiting van de woning voor zes maanden op grond van artikel 13b van de Opiumwet. Verzoekers maakten bezwaar en vroegen een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overweegt dat de aangetroffen hoeveelheid cocaïne een handelshoeveelheid betreft, waaruit verweerder de bevoegdheid tot sluiting kan ontlenen. Verzoekers waren niet op de hoogte van de drugs en hun zoon verblijft in de gevangenis. De belangen van verzoekers en hun minderjarige kinderen zijn meegewogen, evenals het feit dat zij opvang via Centraal Onthaal kunnen krijgen.
Hoewel de sluiting een zwaar besluit is, staat niet buiten redelijke twijfel dat verzoekers na sluiting in hun woonplaats opvang zullen hebben en dat een verhuizing naar een andere plaats niet redelijk is vanwege de schoolgaande kinderen. Verweerder heeft echter geen zorgvuldig onderzoek gedaan naar de financiële situatie en beschikbaarheid van betaalbare huisvesting. Daarom wordt het bestreden besluit geschorst tot een week na de beslissing op bezwaar. Verzoekers krijgen ook vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en de sluiting van de woning wordt geschorst tot één week na de beslissing op bezwaar.