ECLI:NL:RBROT:2019:10848
Rechtbank Rotterdam
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Vernietiging contactverbod met minderjarige dochter in zaak huisverbod
De rechtbank Rotterdam behandelde het beroep van verzoeker tegen de verlenging van een huisverbod opgelegd door de burgemeester van Brielle. Het huisverbod was aanvankelijk opgelegd voor tien dagen en vervolgens verlengd met een contactverbod jegens de minderjarige dochter van verzoeker.
Tijdens de zitting op 2 oktober 2019 werd vastgesteld dat het contactverbod met de minderjarige dochter niet langer noodzakelijk was. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit voor zover het het contactverbod betrof, maar handhaafde de overige rechtsgevolgen tot die datum. Verzoeker trok de overige gronden van het beroep in.
De rechtbank wees het verzoek om een voorlopige voorziening af en veroordeelde verweerder in de proceskosten van €1.024,-, te betalen aan de rechtsbijstandverlener vanwege de verleende toevoeging. De casemanager werd opgedragen te beoordelen of begeleiding bij het contact met de minderjarige dochter nog nodig was.
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken na verzending.
Uitkomst: Het contactverbod met de minderjarige dochter wordt opgeheven, het beroep gegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.