ECLI:NL:RBROT:2019:10705
Rechtbank Rotterdam
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Bevestiging huisverbod wegens ernstig gevaar voor veiligheid in woning
De burgemeester van Rotterdam legde op 21 april 2019 een huisverbod op aan verzoeker wegens het vermoeden van een ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid van achterblijfster, een medebewoner van de woning. Dit huisverbod werd op 1 mei 2019 verlengd. Verzoeker stelde beroep in tegen deze besluiten en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
De rechtbank oordeelde dat het huisverbod terecht was opgelegd. De aanwezigheid van verzoeker vormde een ernstig en onmiddellijk gevaar, gelet op het letsel dat achterblijfster had opgelopen en verklaringen die duidden op geweld en bedreiging. Verzoeker ontkende het geweld, maar de rechtbank achtte de verklaringen en het letsel aannemelijk.
De belangen van achterblijfster, waaronder veiligheid en noodzakelijke rust, werden zwaarder gewogen dan het belang van verzoeker om in de woning te verblijven. Omdat er nog geen adequate hulpverlening was gestart en verzoeker niet openstond voor hulp, was verlenging van het huisverbod gerechtvaardigd.
Tijdens de zitting werden geen feiten of omstandigheden aangevoerd die het huisverbod zouden moeten opheffen. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het huisverbod en de verlenging daarvan is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.