ECLI:NL:RBROT:2019:10258
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bewijslevering bevrijdende verjaring niet geslaagd; geen bezit gedurende 20 jaar van berging A85
In deze civiele zaak vordert eiseres dat gedaagde de berging A85 ontruimt en ter beschikking stelt, omdat gedaagde zich op bevrijdende verjaring beroept. De rechtbank beoordeelt of gedaagde, via zijn rechtsvoorgangster, bezit heeft gehad van de berging gedurende twintig jaar, wat eigendom door verjaring zou kunnen opleveren.
De rechtbank baseert haar oordeel op de getuigenverklaring van de rechtsvoorgangster, die verklaart dat zij pas later achter de sleutel van berging A85 kwam en deze sporadisch gebruikte, zonder het gevoel te hebben dat het haar berging was. De verklaring toont onvoldoende aan dat zij de feitelijke macht over de berging met de intentie van bezit heeft uitgeoefend vóór 28 of 30 december 1997.
De rechtbank concludeert dat gedaagde niet is geslaagd in de bewijslevering voor bezit gedurende twintig jaar en dat er geen sprake is van eigendom door bevrijdende verjaring. Eiseres heeft de berging geleverd gekregen van een beschikkingsbevoegde. Daarom wordt gedaagde veroordeeld de berging leeg en ontruimd aan eiseres te geven, met een dwangsom bij niet-naleving, en wordt hij veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld de berging A85 leeg en ontruimd aan eiseres te geven wegens onvoldoende bewijs van bezit gedurende twintig jaar.