ECLI:NL:RBROT:2018:9500
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van smaad na internetpublicaties
De rechtbank Rotterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van smaad door het plaatsen van teksten en foto's op internet gericht tegen de benadeelde partij in januari 2017.
De verdediging voerde aan dat delen van de dagvaarding nietig waren vanwege onduidelijkheid en innerlijke tegenstrijdigheid, maar de rechtbank verwierp deze bezwaren en verklaarde de dagvaarding geldig. De officier van justitie vorderde vrijspraak omdat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend was bewezen.
De rechtbank volgde dit standpunt en sprak verdachte vrij zonder nadere motivering. De benadeelde partij had een vordering ingediend voor materiële en immateriële schadevergoeding, maar werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege de vrijspraak. De benadeelde partij werd veroordeeld in de kosten van de verdediging, welke nihil werden begroot.
Het vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam op 6 november 2018, waarbij de tenlastelegging en de procesgang zorgvuldig werden gewogen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van smaad wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.