De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling van schuldenares, ingediend door de bewindvoerder WSNP. De rechtbank nam kennis van diverse schriftelijke stukken en hoorde partijen tijdens zittingen op 31 mei en 2 oktober 2018.
De rechtbank overwoog dat de nieuwe schulden grotendeels zijn ontstaan voordat het beschermingsbewind werd uitgesproken. Eerder was de regeling al met twee jaar verlengd vanwege tekortkomingen die niet volledig verwijtbaar waren, mede door psychische problematiek van schuldenares. Schuldenares is sinds december 2016 vrijgesteld van de sollicitatieplicht, wat ook tijdens de verlenging werd gehandhaafd.
Financieel gezien is er geen boedelachterstand meer, maar een voorstand, en zijn betalingsregelingen getroffen voor openstaande schulden bij onder meer het CAK, KPN, Budget Energie en de Belastingdienst. Hoewel niet alle schulden voor het einde van de verlengde looptijd volledig zullen zijn ingelost, acht de rechtbank dit geen reden voor tussentijdse beëindiging. De regeling wordt daarom niet tussentijds beëindigd.