ECLI:NL:RBROT:2018:9167

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
18 oktober 2018
Publicatiedatum
9 november 2018
Zaaknummer
10-070917-18
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 26 Wet wapens en munitieArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 22c Sr
Verwijzingen
9 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorwaardelijke gevangenisstraf en taakstraf voor het voorhanden hebben van een doorgeladen vuurwapen in een voertuig

Op 29 november 2017 werd in Rotterdam in een door de verdachte gehuurd voertuig, waarin hij als bijrijder zat, een doorgeladen pistool van het merk FN 1910 kaliber 7,65mm aangetroffen met zes bijbehorende kogelpatronen. De verdachte heeft dit feit bekend en is veroordeeld voor het voorhanden hebben van dit vuurwapen, in strijd met de Wet wapens en munitie.

De rechtbank heeft het bewezen verklaard dat de verdachte het vuurwapen en de munitie voorhanden heeft gehad. Er zijn geen omstandigheden die strafuitsluiting rechtvaardigen en de verdachte is strafbaar bevonden. De rechtbank heeft rekening gehouden met de ernst van het feit, de gevaarzetting in een woonwijk en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder het ontbreken van eerdere soortgelijke veroordelingen.

Hoewel het feit in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigt, heeft de rechtbank gezien de persoonlijke omstandigheden en de aard van de zaak besloten de eis van de officier van justitie te volgen. De verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en een taakstraf van 180 uur, met aftrek van voorarrest. Voor het geval de taakstraf niet wordt uitgevoerd, is een vervangende hechtenis van 86 dagen opgelegd.

De straf is bedoeld om de verdachte af te schrikken en te voorkomen dat hij in de toekomst opnieuw strafbare feiten pleegt. Het vonnis is uitgesproken door de meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam op 18 oktober 2018.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 3 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf en 180 uur taakstraf wegens het voorhanden hebben van een doorgeladen vuurwapen.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3
Parketnummer: 10-070917-18
Datum uitspraak: 18 oktober 2018
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[naam verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,
opgegeven postadres: [adres] , [woonplaats] ,
raadsman mr. L.A.R. Newoor, advocaat te Rotterdam.

1.Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 18 oktober 2018.

2.Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3.Eis officier van justitie

De officier van justitie, mr. C.W.A.M. Nij Bijvank, heeft gevorderd:
  • bewezenverklaring van het ten laste gelegde;
  • veroordeling van de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 180 uur met aftrek van voorarrest en een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar.

4.Waardering van het bewijs

4.1.
Bewezenverklaring zonder nadere motivering
Het ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.
4.2.
Bewezenverklaring
In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
hij op 29 november 2017 te Rotterdam een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie Pro III onder 1º van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º van die wet in de vorm van een pistool, nl een pistool van het merk
FN 1910, kaliber 7,65mm en munitie in de zin van artikel 1 onder Pro 4º, gelet op artikel 2 lid 2 categorie Pro III van de Wet wapens en munitie, te weten 6, bij het vuurwapen behorende, kogelpatronen van het kaliber 7,65mm, voorhanden heeft gehad.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5.Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III
en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar.

6.Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7.Motivering straf

7.1.
Algemene overweging
De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
7.2.
Feit waarop de straf is gebaseerd
In een door de verdachte gehuurd voertuig waarin hij als bijrijder zat, is een doorgeladen vuurwapen aangetroffen. De verdachte heeft dus een doorgeladen vuurwapen voorhanden gehad, klaar voor gebruik, in een woonwijk. Daarmee heeft de verdachte een gevaar voor de veiligheid van andere personen in het leven geroepen omdat het bij zich dragen van een doorgeladen vuurwapen het gebruik daarvan mogelijk maakt en, naar de ervaring leert, ook vaak vuurwapengeweld uitlokt, met grote gevolgen voor de betrokkenen en omwonenden.
7.3.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van
25 september 2018, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
7.4.
Conclusies van de rechtbank
Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
Gezien de ernst van het feit kan in beginsel niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Gezien de feiten en omstandigheden in deze zaak en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte ziet de rechtbank echter onvoldoende aanleiding om af te wijken van de eis van de officier van justitie en het verzoek van de verdediging. Daarom wordt volstaan met de oplegging van een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf. Het voorwaardelijk strafdeel dient er toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.
Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8.Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

9.Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10.Beslissing

De rechtbank:
verklaart bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden;
bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt gesteld op
2 jaar, na te melden voorwaarde overtreedt;
stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig zal maken;
veroordeelt de verdachte tot een
taakstraf voor de duur van 180 (honderdtachtig) uren, waarbij de Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van twee uren per dag, zodat na deze aftrek
172 (honderdtweeënzeventig) urente verrichten taakstraf resteert;
beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van
86 (zesentachtig) dagen;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. D.L. Spierings, voorzitter,
en mrs. A.M. van der Leeden en W.J. Loorbach, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. L. Lobs-Tanzarella, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
hij op of omstreeks 29 november 2017 te Rotterdam een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie Pro III onder 1º van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º van die wet in de vorm van een pistool, nl een pistool van het merk
FN 1910, kaliber 7,65mm en/of munitie in de zin van artikel 1 onder Pro 4º, gelet op artikel 2 lid 2 categorie Pro III van de Wet wapens en munitie, te weten 6, bij het vuurwapen behorende, kogelpatronen van het kaliber 7,65mm, voorhanden heeft gehad.