Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het onder 1 primair, 2, 3 primair (poging doodslag) en 4 ten laste gelegde;
- ten aanzien van de feiten 1 primair, 3 primair en 4: veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren met aftrek van voorarrest, alsmede de oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden;
- ten aanzien van feit 2: veroordeling van de verdachte tot een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 1 jaar;
- toewijzing van de vordering benadeelde partij tot een bedrag van € 1.890,00 voor materiële schade en een bedrag van € 20.000,00 voor immateriële schade;
- oplegging van de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer.
4.Waardering van het bewijs
Feit 1
kogelpatronen(kaliber .38 special),
5.Strafbaarheid feiten
Beroep op vrijwillige terugtred ten aanzien van feit 3 primair
1.(primair)
poging tot zware mishandeling;
3.(primair)
poging tot doodslag;
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf en maatregel
opleiding tot rapporteurhet onderzoek is uitgevoerd door S.M. Roopram, psychiater, onder supervisie van T.J.G. Bakkum, psychiater, geregistreerd in het Nederlands Register voor Gerechtelijk Deskundigen voor het deskundigheidsgebied FPPO strafrecht volwassenen onder nummer NRGD.1009.71.
8.In beslag genomen voorwerpen
9.Vordering benadeelde partij / schadevergoedingsmaatregel
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Bijlagen
12.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren;
ter beschikking wordt gesteld;
onmiddellijke uitvoerbaarheidvan de terbeschikkingstelling met voorwaarden;
de bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de tijd van
12 (twaalf) maanden;
verklaart onttrokken aan het verkeer:
€ 21.750,00 (zegge: eenentwintigduizend zevenhonderdvijftig euro), bestaande uit € 6.750,00 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 22 oktober 2018 tot aan de dag der algehele voldoening en € 15.000,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 8 oktober 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde] te betalen
€ 21.750,00(hoofdsom,
zegge: eenentwintigduizend zevenhonderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 oktober 2018 tot aan de dag van de algehele voldoening (over een bedrag van € 6.750,00) en vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 oktober 2017 tot aan de dag van de algehele voldoening (over een bedrag van € 15.000,00); beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 21.750,00 vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van
143 (honderddrieënveertig) dagen;toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op.