ECLI:NL:RBROT:2018:840
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.P.M. Weusten
- Rechtspraak.nl
Geen finale kwijting en geen overgangsregeling voor precontractuele informatie bij kredietovereenkomst
Defam B.V. vordert betaling van openstaande hoofdsom en rente van gedaagde wegens tekortkoming in de nakoming van een kredietovereenkomst uit 2006. De overeenkomst is overgegaan op Defam via cessie. Gedaagde betwist de vordering, onder meer omdat Defam niet aan de informatieplicht van artikel 7:60 BW Pro zou hebben voldaan en omdat hij meent dat hij finale kwijting heeft ontvangen.
De rechtbank oordeelt dat artikel 7:60 BW Pro, dat precontractuele informatie regelt, niet van toepassing is op de overeenkomst omdat deze werd gesloten vóór de inwerkingtreding van dit artikel in 2011. Verder wijst de rechtbank het verweer van gedaagde af dat Defam niet aan de substantiëringsplicht heeft voldaan, omdat Defam voldoende bewijs heeft overgelegd van het openstaande saldo en de rente.
De rechtbank stelt vast dat finale kwijting alleen aan de medeschuldenaar [N.] is verleend, niet aan gedaagde, en dat eventuele fouten van de tussenpersoon Takar Coaching niet aan Defam kunnen worden toegerekend. De gevorderde hoofdsom en rente worden toegewezen en gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de hoofdsom en rente, en in de proceskosten.