ECLI:NL:RBROT:2018:8120
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking kinderrechter niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding
Op 3 juli 2018 vond een zitting plaats bij de rechtbank Rotterdam waarbij de kinderrechter besliste over verzoeken tot vaststelling van een omgangsregeling. Verzoeker, aanwezig bij deze zitting, diende op 6 juli 2018 een wrakingsverzoek in tegen de kinderrechter. Dit verzoek werd op 18 juli 2018 niet-ontvankelijk verklaard. Vervolgens diende verzoeker op 24 augustus 2018 opnieuw een wrakingsverzoek in.
De wrakingskamer heeft beoordeeld of het wrakingsverzoek tijdig was ingediend, zoals vereist in artikel 37 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De kamer oordeelde dat het verzoek niet tijdig was omdat de feiten waarop het verzoek was gebaseerd al op 3 juli 2018 bekend waren, en het verzoek pas bijna zes weken later werd ingediend.
Daarnaast werd een klacht over vermeende belangenverstrengeling en wraakgevoelens van de kinderrechter afgewezen als zelfstandige wrakingsgrond. Omdat het verzoek niet tijdig was ingediend, werd verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in het wrakingsverzoek.
De beslissing is uitgesproken op 27 september 2018 door de meervoudige kamer voor wrakingszaken van de rechtbank Rotterdam.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in het wrakingsverzoek wegens het niet tijdig indienen van het verzoek.