Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het verloop van de procedure
- de (concept)dagvaarding;
- de akte houdende producties van FPS, ter griffie ontvangen op 28 augustus 2018;
- de eis in reconventie met producties, ter griffie ontvangen op 13 september 2018;
- de pleitnotities van beide partijen, en
- faxbericht van 18 september 2018 waarin partijen hebben bericht geen schikking te hebben getroffen.
2.De vaststaande feiten
‘Werknemer verricht logistiek/administratieve werkzaamheden met alle daartoe behorende funkties en verantwoordelijkheden’. Aansluitend is een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd gesloten. In dat contract is een geheimhoudings-, relatie-, en non-concurrentiebeding opgenomen. Die bedingen luiden als volgt:
3. De vordering en het verweer in conventie
- [gedaagde] te verbieden om tot 1 september 2019 voor NVO of een daarmee in een groep verbonden onderneming werkzaam te zijn, op welke wijze en in welke vorm dan ook, en [gedaagde] te gebieden om het concurrentiebeding uit artikel XI lid 3 van haar arbeidsovereenkomst met FPS strikt en onverkort na te leven;
- zulks op straffe van verbeurte aan FPS van een dwangsom ten belope van
- althans zodanige voorzieningen te treffen als de voorzieningenrechter in goede justitie zal vermenen te behoren;
- met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van de procedure.