ECLI:NL:RBROT:2018:7967

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
20 april 2018
Publicatiedatum
25 september 2018
Zaaknummer
10/750459-16
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 lid 4 OpiumwetArt. 2 OpiumwetArt. 10 lid 4 OpiumwetArt. 10 lid 5 OpiumwetArt. 10a lid 1 Opiumwet
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak medewerker havenbedrijf betrokken bij invoer cocaïne in Rotterdamse haven

De rechtbank Rotterdam behandelde de zaak van een medewerker van een overslagbedrijf in de Rotterdamse haven die werd verdacht van betrokkenheid bij de invoer van circa 285 kilogram cocaïne, verborgen in een lading bananen. De verdachte werkte op 11 november 2016 in de loods en had de pallet met de cocaïne meerdere keren met een vorkheftruck verplaatst en geregistreerd in het systeem.

De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van 48 maanden wegens bewezenverklaring van voorbereidingshandelingen voor de invoer van cocaïne in de periode van 1 tot en met 14 november 2016. De rechtbank oordeelde echter dat het bewijs onvoldoende was om buiten redelijke twijfel vast te stellen dat de verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van cocaïne in de pallet.

De verdachte gaf een aannemelijke verklaring voor zijn handelen en de rechtbank vond dat de omstandigheden ontoereikend waren om opzet aan te nemen. Daarom sprak de rechtbank de verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten betreffende de invoer en voorbereiding daarvan. Tevens werd het bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.

De zaak betrof een strafrechtelijk onderzoek naar een invoerlijn van cocaïne via een overslagbedrijf voor overzees fruit, waarbij ruim 285 kilogram cocaïne werd aangetroffen in een loods. De rechtbank benadrukte dat voor strafbare betrokkenheid bewijs van wetenschap van de drugslading vereist is, wat in deze zaak ontbrak.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van wetenschap van de invoer van cocaïne.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2
Parketnummer: 10/750459-16
Datum uitspraak: 20 april 2018
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[naam verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,
raadsvrouw mr. K. Blonk, advocaat te Rotterdam.

1.Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzittingen van 5 en 6 april 2018.

2.Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3.Eis officier van justitie

De officieren van justitie mrs. D. Grip en R.S. Dhoen hebben gevorderd:
  • vrijspraak van de onder 3 ten laste gelegde voorbereidingshandelingen voor de invoer van cocaïne in de periode van 12 tot 18 november 2016;
  • bewezenverklaring van de onder 1 en 2 ten laste gelegde (voorbereidingshandelingen voor de) invoer van cocaïne in de periode van 1 tot en met 14 november 2016;
  • veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden met aftrek van voorarrest.

4.Waardering van het bewijs

4.1.
Vrijspraak zonder nadere motivering
Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het onder 3 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.
4.2.
Vrijspraak feiten 1 en 2
Onder de naam Luikenkap is strafrechtelijk onderzoek gedaan naar een invoerlijn waarlangs in de Rotterdamse haven cocaïne werd ingevoerd via [naam bedrijf] , een overslagbedrijf van overzees fruit. Op 11 november 2016 worden in een loods van dat bedrijf 286 pakketten aangetroffen met totaal netto gewicht van ruim 285 kilogram. De pakketten zitten verstopt in een pallet met dozen bananen afkomstig uit Ecuador. Door de douane is onderzoek gedaan naar de pakketten, waaruit blijkt dat de inhoud cocaïne betreft.
Ten aanzien van de verdachte blijkt niet meer dan dat hij op 11 november 2016 voor het overslagbedrijf werkzaam was in de loods en dat hij de betreffende pallet met een vorkheftruck heeft opgepakt en meermalen heeft geïdentificeerd in het systeem. Hierna heeft de verdachte de opslaglocatie van de pallet gewijzigd. Voor strafbare betrokkenheid bij de (verlengde) invoer van cocaïne, dan wel de voorbereiding daarvan, moet minst genomen bewijs van wetenschap (opzet) van die invoer en van het feit dat het ging om cocaïne, bij de verdachte aanwezig zijn. De genoemde omstandigheden acht de rechtbank daartoe ontoereikend, nu de verdachte ter zitting een aannemelijke verklaring voor zijn handelen heeft gegeven.
Nu niet buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld dat de verdachte wetenschap had van de partij cocaïne die zich op de pallet bevond, zal de verdachte worden vrijgesproken van de onder feiten 1 en 2 ten laste gelegde invoer van cocaïne en de voorbereiding daarvan.

5.Bijlage

De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

6.Beslissing

De rechtbank:
verklaart niet bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, dat bij eerdere beslissing is geschorst.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. J. Snitker, voorzitter,
en mrs. V.M. de Winkel en S. Riege, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. C. Ihataren, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 20 april 2018.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
1.
Schweiz 1
hij op of omstreeks 10 november 2016 te Rotterdam
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland, als bedoeld in
artikel 1 lid 4 van Pro de Opiumwet, heeft gebracht ongeveer 285 kilogram,
in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde
cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
art 2 ahf Pro/ond A Opiumwet
art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht
art 10 lid 5 Opiumwet Pro
2.
zaak Schweiz 1
hij in of omstreeks periode van 01 november 2016 tot en met 14 november 2016
te Rotterdam en/of Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland, althans in
Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de
Opiumwet, te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken,
verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van
Nederland brengen van 285 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een
materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de
Opiumwet behorende lijst I
voor te bereiden en/of te bevorderen,
- een of meer ander(en) heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te
plegen en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of
- zich en/of (een) ander(en) gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen
tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen, en/of
- voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere
betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist of ernstige reden
had te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van het hierboven
bedoelde feit
hebbende/is verdachte en/of (een of meer van) zijn, verdachtes, mededader(s):
- ( telefonisch) contact onderhouden en/of informatie uitgewisseld en/of
afspraken gemaakt en/of een of meer bespreking(en) gehad met zijn/hun
mededader(s) met betrekking tot het uithalen/veilig stellen, klaar zetten,
verstrekken en vervoeren van die cocaïne, en/of
- geld in het vooruitzicht gesteld (gekregen) en/of verstrekt (gekregen) en/of
ontvangen, en/of
- één of meer mobiele (organisatie)telefoon(s) verstrekt gekregen en/of
voorhanden gehad, en/of
- een pallet (met cocaïne tussen de lading bananen) in een loods aan de
[adres delict] apart/klaar gezet en/of laten zetten voor verder transport, en/of
- heimelijk voornoemde loods aan de [adres delict] betreden, en/of
- een pallet met citrusfruit afgestapeld en/of doorzocht;
art 10a lid 1 ahf/sub 1 Opiumwet
art 10a lid 1 ahf/sub 2 Opiumwet
art 10a lid 1 ahf/sub 3 alinea Opiumwet
art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht
art 10 lid 4 Opiumwet Pro
art 10 lid 5 Opiumwet Pro
3.
zaak Alantic 1
hij in of omstreeks periode van 12 november 2016 tot en met 18 november 2016
te Rotterdam en/of Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland, althans in
Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de
Opiumwet, te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken,
verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van
Nederland brengen van een grote hoeveelheid (van een materiaal bevattende)
cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende
lijst I
voor te bereiden en/of te bevorderen,
- een of meer ander(en) heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te
plegen en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of
- zich en/of (een) ander(en) gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen
tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen, en/of
- voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere
betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist of ernstige reden
had te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van het hierboven
bedoelde feit
hebbende/is verdachte en/of (een of meer van) zijn, verdachtes, mededader(s):
- ( telefonisch) contact onderhouden en/of informatie uitgewisseld en/of
afspraken gemaakt en/of een of meer bespreking(en) gehad met zijn/hun
mededader(s) met betrekking tot het uithalen/veilig stellen, klaar zetten,
verstrekken en vervoeren van die cocaïne, en/of
- geld in het vooruitzicht gesteld (gekregen) en/of verstrekt (gekregen) en/of
ontvangen, en/of
- één of meer mobiele (organisatie)telefoon(s) verstrekt gekregen en/of
voorhanden gehad, en/of
- een of meer pallet(s) (met cocaïne tussen de lading bananen) in een loods
aan de [adres delict] apart/klaar gezet en/of laten zetten voor verder
transport, en/of
- die pallet(s) (met cocaïne tussen de lading bananen) in een of meer
vrachtwagen(s) geplaatst en/of laten plaatsen, en/of
- ( vervolgens) met die vrachtwagen(s) die pallet(s) (met cocaïne tussen de
lading bananen) weggevoerd/vervoerd en/of laten wegvoeren/vervoeren;
art 10a lid 1 ahf/sub 1 Opiumwet
art 10a lid 1 ahf/sub 2 Opiumwet
art 10a lid 1 ahf/sub 3 alinea Opiumwet
art 10 lid 4 Opiumwet Pro
art 10 lid 5 Opiumwet Pro