ECLI:NL:RBROT:2018:7943
Rechtbank Rotterdam
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek beperking kennisneming persoonsgegevens in bestuursrechtelijke procedure omgevingsvergunningen
Eiser heeft vier beroepschriften ingediend tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam over omgevingsvergunningen voor woningbouw. Verweerder heeft stukken aan de rechtbank gezonden waarbij persoonsgegevens van vergunninghouders, eiser en indieners van zienswijzen zijn weggelakt en verzocht om beperking van kennisneming tot de rechtbank.
De rechter-commissaris beoordeelt dit verzoek aan de hand van artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Uit de AVG volgt dat het inzenden van stukken aan de rechtbank een rechtmatige verwerking van persoonsgegevens is, noodzakelijk voor de rechtsvordering.
De belangenafweging leidt tot het oordeel dat het belang van procesdeelnemers bij kennisneming van essentiële persoonsgegevens, zoals naam en adres, zwaarder weegt dan het privacybelang van de betrokkenen. Dit is essentieel voor het waarborgen van het verdedigingsbeginsel en het kunnen onderzoeken van zienswijzen en bezwaren.
Daarom is er geen gewichtige reden om kennisneming te beperken. Niet-essentiële gegevens zoals telefoonnummers kunnen wel worden beperkt. De rechter-commissaris besluit dat de beperking van kennisneming van persoonsgegevens niet gerechtvaardigd is.
Uitkomst: Verzoek tot beperking van kennisneming van persoonsgegevens wordt afgewezen.