Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het verloop van de procedure
- het exploot van dagvaarding, met producties;
- de aantekeningen van de griffier van het op de zitting van 27 februari 2018 gegeven mondelinge antwoord van [gedaagde];
- het aanvullende schriftelijke antwoord van [gedaagde], met producties;
- het vonnis van 5 april 2018, waarbij een comparitie van partijen is bepaald;
- de brief van 7 mei 2018 van de gemachtigde van de VvE, met producties;
- het proces-verbaal van de op 12 juni 2018 gehouden comparitie van partijen.
2.De vordering
- om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de VvE te betalen een bedrag van € 1.268,39, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag van de algehele voldoening;
- om tegen behoorlijk bewijs van kwijting vanaf 1 maart 2018 per 1 maand een bedrag van € 151,82 te betalen, indien [gedaagde] in gebreke blijft deze tijdig te voldoen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf telkens de eerste dag van de 1 maand(en) van elke periode tot aan de voldoening, gedurende de periode dat [gedaagde] als eigenaar van de woning kan worden aangemerkt, een en ander een bedrag van € 25.000,00 tezamen met het bedrag van € 1.268,39 niet te boven gaand, met bepaling dat voornoemd bedrag van € 151,82 zal worden aangepast naar de jaarlijkse verlagingen of verhogingen conform rechtsgeldig door de vergadering van eigenaars genomen besluiten;
- met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.