Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding
- de door beide partijen overgelegde producties
- de mondelinge behandeling.
Rechtbank Rotterdam
De stichting Maasdelta Groep verhuurt sinds 2006 een zelfstandige woning aan de huurder, die sinds november 2017 opgenomen is in een gesloten inrichting vanwege psychische problemen. De woning is ernstig vervuild en overvol met spullen, wat een brandgevaarlijke situatie oplevert die ook risico's voor omwonenden veroorzaakt. Een inspectie door de Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond bevestigde de hoge vuurlast en onveilige situatie.
Maasdelta vordert in kort geding machtiging om de woning te betreden en maatregelen te treffen om het brandgevaar te beëindigen, waaronder het verwijderen van overtollige goederen. De huurder voert verweer, maar verblijft niet in de woning. De voorzieningenrechter oordeelt dat de situatie spoedeisend is en dat de verhuurder op grond van artikel 3:299 lid 1 BW Pro gerechtigd is tot binnentreden om de noodzakelijke werkzaamheden uit te voeren.
De rechter stelt een tweetrapsprocedure vast: dringende werkzaamheden worden direct uitgevoerd zonder aanwezigheid van maatschappelijk werk of huurder, terwijl minder dringende werkzaamheden pas na een termijn van zeven dagen en met mogelijkheid tot aanwezigheid van maatschappelijk werk en huurder plaatsvinden. Tevens wordt bepaald dat administratieve en medische documenten niet verwijderd mogen worden. De huurder wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Verhuurder wordt gemachtigd tot binnentreden en verwijderen van brandgevaarlijke vervuiling in de huurwoning.