Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 februari 2018 in de zaken tussen
[naam eiser] , te Hoogvliet, eiser,
de Sociale Verzekeringsbank, te Rotterdam, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
.
Beslissing
.
Rechtbank Rotterdam
Eiser ontving een Aanvullende Inkomensvoorziening Ouderen (AIO) over de periode van 30 maart 2015 tot en met 31 juli 2016. Verweerder trok deze AIO-aanvulling in en legde een boete op, omdat eiser beschikte over een vermogensspaarrekening met een tegoed dat de vermogensgrens overschreed. Eiser stelde dat het tegoed toebehoorde aan een kennis die tijdelijk bij hem woonde en dat hij niet over het geld kon beschikken.
Verweerder verzocht meerdere malen om bankafschriften, maar eiser leverde deze niet aan. De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet over het tegoed kon beschikken. Het feit dat de rekening op zijn naam stond en hij als pashouder geregistreerd was, leidde tot de conclusie dat hij redelijkerwijs over het vermogen kon beschikken.
De rechtbank stelde vast dat eiser zijn inlichtingenplicht had geschonden door het bestaan van de rekening niet tijdig en volledig te melden, waardoor ten onrechte AIO-aanvulling werd verleend. De opgelegde boete werd als passend en evenredig beoordeeld. De beroepen tegen de intrekking, terugvordering en boete werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen tegen intrekking, terugvordering en boete worden ongegrond verklaard.