Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift ex artikel 96 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv), met bijlagen;
- het verweerschrift.
Rechtbank Rotterdam
Op 15 maart 2017 vond een aanrijding plaats op de Wiardi Beckmansingel te Vlaardingen tussen de door verzoeker bestuurde Ford en de door M. bestuurde Suzuki. De Ford liep schade op aan de rechter zijkant, ter waarde van €1.100,77, waarvoor geen verzekering bestond. De Suzuki was allrisk verzekerd bij Achmea.
De kern van het geschil betrof de vraag of de kruising waar de aanrijding gebeurde een gelijkwaardige kruising was, waarop verzoeker voorrang had moeten verlenen aan van rechts komende M., of dat M. uit een uitrit kwam, waardoor zij voorrang had moeten verlenen aan verzoeker. De rechtbank heeft de wegconstructie en bestemming van de weg waar M. reed onderzocht. Hoewel de weg toegang gaf tot een publiek parkeerterrein, leek deze qua inrichting en bebording meer op een zijweg dan een uitrit.
De rechtbank concludeerde dat de kruising een gelijkwaardige kruising is, waarop verzoeker voorrang had moeten verlenen aan M. Het verzoek strekte tot een oordeel hierover, en de rechtbank achtte het niet passend om over eventuele eigen schuld van M. te oordelen, mede omdat M. geen partij was in de procedure. De kosten van de procedure werden ieder voor eigen rekening gelaten.
Uitkomst: Verzoeker had voorrang moeten verlenen aan van rechts komende tegenpartij en draagt zijn eigen schade.