ECLI:NL:RBROT:2018:6721

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
8 augustus 2018
Publicatiedatum
15 augustus 2018
Zaaknummer
556300 / HA RK 18-924
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 RvArt. 9.1 Wrakingsprotocol rechtbank Rotterdam
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing wrakingsverzoek wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid na eindvonnis

In deze zaak heeft verzoekster een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. A.J.L.M. van der Wildt, rechter in de rechtbank Rotterdam, team kanton 1. Het verzoek strekte ertoe de rechter te wraken wegens vermeende partijdigheid.

De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 36 Rv Pro, dat bepaalt dat een rechter die een zaak behandelt kan worden gewraakt. Het doel van wraking is het waarborgen van onpartijdigheid zolang de rechter nog betrokken is bij de behandeling van de zaak.

Echter, de rechter had op 15 juni 2018 een eindvonnis gewezen in de bodemprocedure (zaakkenmerk 594247 CV EXPL 17-15478), waarmee de behandeling van de zaak was afgesloten. Het wrakingsverzoek werd pas op 1 augustus 2018 ingediend, dus ná het eindvonnis.

De wrakingskamer oordeelde dat het doel van wraking niet meer bereikt kan worden nadat een einduitspraak is gedaan, omdat de rechter de zaak niet meer behandelt. Daarom was verzoekster kennelijk niet-ontvankelijk in haar wrakingsverzoek en werd dit afgewezen. De beslissing werd op 8 augustus 2018 uitgesproken door de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank Rotterdam.

Uitkomst: Wrakingsverzoek afgewezen wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid omdat het verzoek na het eindvonnis werd ingediend.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Meervoudige kamer voor wrakingszaken
Zaaknummer / rekestnummer: 556300 / HA RK 18-924
Beslissing van 8 augustus 2018
op het verzoek van
[naam verzoekster],
wonende te [adres] ,
verzoekster,
strekkende tot wraking van:
mr. A.J.L.M. van der Wildt, senior rechter in de rechtbank Rotterdam, team kanton 1 (hierna: de rechter).

1.Het procesverloop en de processtukken

De rechter heeft in de door [naam BV] B.V. tegen verzoekster ingestelde civielrechtelijke vordering op 15 juni 2018 vonnis gewezen. Die procedure draagt als kenmerk 594247 CV EXPL 17-15478.
Bij brief van 1 augustus 2018 heeft verzoekster wraking van de rechter verzocht.
Aan de wrakingskamer is ter beschikking gesteld het dossier van de hiervoor omschreven procedure, waarin zich onder meer bevindt het vonnis van 15 juni 2018:

2.De ontvankelijkheid van het verzoek

2.1
Wraking is een middel ter verzekering van de onpartijdigheid van de rechter. Op grond van hetgeen is bepaald in artikel 36 Rv Pro kan de rechter die een zaak behandelt worden gewraakt. Het middel is derhalve toegekend aan een partij die wenst te voorkomen dat een rechter die jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans aan een partij die dienaangaande bestaande vrees heeft die objectief gerechtvaardigd is, (nog langer) bemoeienis met de zaak zal hebben. Dat doel kan niet meer worden bereikt als de rechter reeds een einduitspraak heeft gedaan omdat de behandeling van de zaak daarmee is geëindigd.
2.2
Bij het vonnis van 15 juni 2018 heeft de rechter in de hiervoor omschreven procedure vonnis gewezen. Dat vonnis is een eindbeslissing waarmee de behandeling van de zaak door de rechter is geëindigd.
2.3
Het wrakingsverzoek is op 1 augustus 2018 en derhalve na de uitspraak van voormeld vonnis ingediend.
Uit het vorenstaande volgt dat de rechter de zaak niet meer behandelde op het moment dat het verzoek tot wraking is gedaan. Verzoeker is daarom kennelijk niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking van de rechter. Het verzoek zal op die grond, met toepassing van het bepaalde in artikel 9.1, aanhef en onder c, van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank worden afgewezen.

3.De beslissing

De rechtbank:
- wijst af het verzoek tot wraking van mr. A.J.L.M. van der Wildt wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid.
Deze beslissing is gegeven door mr. G.A.F.M. Wouters, voorzitter, mr. F.W. van Lottum en mr. A.A. Kalk, rechters en door de voorzitter uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 augustus 2018 in tegenwoordigheid van J.A. Faaij, griffier.
Verzonden op:
aan:
- verzoekster
- mr. A.J.L.M. van der Wildt