ECLI:NL:RBROT:2018:6721
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- G.A.F.M. Wouters
- F.W. van Lottum
- A.A. Kalk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid na eindvonnis
In deze zaak heeft verzoekster een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. A.J.L.M. van der Wildt, rechter in de rechtbank Rotterdam, team kanton 1. Het verzoek strekte ertoe de rechter te wraken wegens vermeende partijdigheid.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 36 Rv Pro, dat bepaalt dat een rechter die een zaak behandelt kan worden gewraakt. Het doel van wraking is het waarborgen van onpartijdigheid zolang de rechter nog betrokken is bij de behandeling van de zaak.
Echter, de rechter had op 15 juni 2018 een eindvonnis gewezen in de bodemprocedure (zaakkenmerk 594247 CV EXPL 17-15478), waarmee de behandeling van de zaak was afgesloten. Het wrakingsverzoek werd pas op 1 augustus 2018 ingediend, dus ná het eindvonnis.
De wrakingskamer oordeelde dat het doel van wraking niet meer bereikt kan worden nadat een einduitspraak is gedaan, omdat de rechter de zaak niet meer behandelt. Daarom was verzoekster kennelijk niet-ontvankelijk in haar wrakingsverzoek en werd dit afgewezen. De beslissing werd op 8 augustus 2018 uitgesproken door de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank Rotterdam.
Uitkomst: Wrakingsverzoek afgewezen wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid omdat het verzoek na het eindvonnis werd ingediend.