ECLI:NL:RBROT:2018:6710
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- A.N. van Zelm van Eldik
- C.M.E. van der Hoeven
- A. Buizer
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens termijnoverschrijding
Verzoeker heeft bij de rechtbank Rotterdam een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. M.G.L. de Vette, senior rechter bestuursrecht, naar aanleiding van gedragingen tijdens de zitting van 23 april 2018. Het verzoek werd echter pas op 4 mei 2018 ingediend, terwijl de feiten en omstandigheden waarop het verzoek was gebaseerd reeds op de zitting bekend waren.
De rechtbank oordeelt dat het wrakingsverzoek niet tijdig is gedaan, zoals vereist in artikel 8:16 lid 1 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De termijn om een wrakingsverzoek in te dienen begint te lopen zodra de feiten en omstandigheden bekend zijn. Een korte beraadstermijn is acceptabel, maar in dit geval is de termijn van negen tot elf dagen tussen de zitting en het verzoek ruimschoots overschreden.
Verzoeker stelde dat hij eerst een brochure van de rechtbank Noord Nederland had geraadpleegd om zijn standpunt te bepalen, maar de rechtbank acht dit geen geldige reden voor de overschrijding. De rechtbank concludeert daarom dat verzoeker niet ontvankelijk is in het wrakingsverzoek.
De beslissing is genomen door een meervoudige kamer voor wrakingszaken en uitgesproken op 5 juni 2018. Verzoeker, de rechter en het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam zijn van de beslissing op de hoogte gesteld.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen binnen de wettelijke termijn.