Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaar met aftrek van voorarrest.
4.Waardering van het bewijs
t, en
5.Strafbaarheid feiten
1. medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder Pro A van de Opiumwet, gegeven verbod;
2. medeplegen van om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet voor te bereiden of te bevorderen, zich of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen en voorwerpen en vervoermiddelen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;
3. medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder Pro A van de Opiumwet, gegeven verbod;
4. medeplegen van om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet voor te bereiden of te bevorderen, zich middelen en inlichtingen tot het plegen van dat feit te verschaffen.
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Bijlagen
11.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 7 (zeven) jaar;
gelast de teruggave aan verdachte van: