Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het procesverloop
2.De vaststaande feiten
3.De vorderingen
4.De beoordeling van het geschil
€ 1.086,00+ (twee punten tarief II à € 543,00)
Rechtbank Rotterdam
Vermeulen exploiteert sinds 2001 een fitness- en beautycentrum en maakt gebruik van een erfdienstbaarheid gevestigd in 2003, die het recht van weg verleent over een perceel van Boyan. Boyan is sinds 2016 eigenaar van het dienend erf met een leegstaand schoolgebouw dat gesloopt zal worden om plaats te maken voor een rouwcentrum.
Vermeulen vordert primair dat de erfdienstbaarheid door verjaring teniet is gegaan omdat er geen gebruik zou zijn gemaakt van de weg. Subsidiair vordert zij wijziging of opheffing van de erfdienstbaarheid vanwege gewijzigde omstandigheden en het gebruik voor het rouwcentrum. Boyan betwist deze vorderingen.
De rechtbank oordeelt dat verjaring niet van toepassing is omdat incidentele inbreuken zoals parkeren geen continue inbreuk vormen. De akte van vestiging is duidelijk en de wijziging van het gebouw brengt geen wijziging in de uitoefening van het recht van weg. De toename van het gebruik voor het rouwcentrum is een verzwaring, maar niet zodanig dat ongewijzigde instandhouding niet van Boyan kan worden gevergd. Boyan heeft bovendien een belang bij het gebruik van de erfdienstbaarheid.
Daarom wijst de rechtbank alle vorderingen van Vermeulen af en veroordeelt haar in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van Vermeulen af en bevestigt het voortbestaan van de erfdienstbaarheid zonder wijziging.