De vennootschap Palden Finance vorderde betaling van een lening van €350,- met kredietvergoeding en rente van de gedaagde. De gedaagde had een flitskrediet afgesloten waarbij hij moest kiezen tussen een persoonlijke of commerciële garantstelling; hij koos de commerciële garantstelling waarvoor hij €87,50 betaalde.
De gedaagde stelde dat de overeenkomst nietig was omdat de kosten van de garantstelling onderdeel uitmaken van de kredietvergoeding en daarmee de wettelijke maximale vergoeding overschreden werd. De rechtbank oordeelde dat deze kosten inderdaad onder de kredietvergoeding vallen, omdat de keuze tussen persoonlijke en commerciële garantstelling slechts schijn is en de consument feitelijk gedwongen wordt de duurdere commerciële garantstelling te accepteren.
De rechtbank verklaarde de overeenkomst nietig wegens strijd met de wettelijke bepalingen omtrent kredietvergoeding. Omdat de gedaagde het leenbedrag had ontvangen, werd dit bedrag als onverschuldigd betaald aangemerkt en toegewezen. De nevenvorderingen werden afgewezen. Iedere partij draagt de eigen kosten.