Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 133 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 30 voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar met de bijzondere voorwaarden een meldplicht, een behandelverplichting, de verplichting zinvolle dagbesteding te vinden en een contactverbod met [naam slachtoffer] .
4.Waardering van het bewijs
5.Strafbaarheid feiten
1.bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd
2.handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf en maatregel
9.Bijlagen
10.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 135 (honderdvijfendertig) dagen;
30 (dertig) dagenniet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt gesteld op 2 jaar, na te melden voorwaarden overtreedt;
- de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;
- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;
- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;
105 dagen;