ECLI:NL:RBROT:2018:4773

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
14 juni 2018
Publicatiedatum
18 juni 2018
Zaaknummer
6473659 CV EXPL 17-8424
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Richtlijn 93/13Art. 6:236 BWArt. 6:237 BW
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toetsing tussentijdse opzegbaarheid abonnement aan Richtlijn oneerlijke bedingen

De gedaagde sloot bij Ziggo een alles-in-1 abonnement af voor 24 maanden. Hij wilde de overeenkomst per 1 juni 2016 beëindigen, maar Ziggo beëindigde het abonnement pas op 3 mei 2017 en vorderde betaling van achterstallige termijnen en kosten.

De gedaagde betwist de vordering en stelt dat hij na 1 juni 2016 geen kosten verschuldigd is en dat hij geen incassokosten moet betalen omdat geen aanmaning is ontvangen. Ziggo beroept zich op haar algemene voorwaarden waarin tussentijdse opzegging bij een minimumduur niet mogelijk is.

De rechtbank toetst ambtshalve of deze bepaling onredelijk bezwarend is in het licht van Richtlijn 93/13 en de artikelen 6:236 en 6:237 BW. Volgens artikel 6:237 sub k BW Pro moet bij een contractduur langer dan één jaar de consument na één jaar kunnen opzeggen met een opzegtermijn van maximaal een maand. De bepaling wordt vermoed onredelijk bezwarend tenzij Ziggo dit vermoeden weerlegt.

De rechtbank stelt de zaak aan en geeft Ziggo de gelegenheid om een akte in te dienen om het vermoeden te weerleggen, waarna de gedaagde kan reageren. De uitspraak wordt aangehouden tot de volgende zitting.

Uitkomst: De beslissing is aangehouden om Ziggo de gelegenheid te geven het vermoeden van onredelijk bezwarend beding te weerleggen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM
zaaknummer: 6473659 CV EXPL 17-8424
uitspraak: 14 juni 2018

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Dordrecht,

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Ziggo Services B.V.,
gevestigd te Utrecht,
eiseres,
gemachtigde: LAVG gerechtsdeurwaarders,
tegen

[gedaagde],

wonende te [plaatsnaam],
gedaagde,
gemachtigde: mr. M.B. Visser.
Partijen worden hierna aangeduid als Ziggo en [gedaagde].

Verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:
het exploot van dagvaarding van 1 november 2017, met één productie;
de conclusie van antwoord, met producties;
de conclusie van repliek, met producties;
de conclusie van dupliek.

Omschrijving van het geschil

1. De feiten

1.1
[gedaagde] heeft bij Ziggo per 20 maart 2015 een alles-in-1 basis abonnement afgesloten voor televisie, internet en telefonie voor de duur van 24 maanden. Op deze overeenkomst zijn de algemene voorwaarden van Ziggo van toepassing.
1.2
Artikel 4 van Pro de algemene voorwaarden luidt:
“1. Het Abonnement geldt voor onbepaalde tijd. De Klant kan het Abonnement schriftelijk, telefonisch en elektronisch via de Klantenservice te allen tijde opzeggen met inachtneming van een opzegtermijn van een maand.
2. Ziggo kan met de Klant een minimum-abonnementsduur overeenkomen. Opzegging van het Abonnement en het bijbehorende Standaard RTV-Abonnement, is in dat geval voor het eerst mogelijk tegen het einde van de geldende minimum-abonnementsduur.”
1.3
[gedaagde] heeft Ziggo telefonisch medegedeeld de overeenkomst te willen beëindigen per 1 juni 2016.
1.4
Ziggo heeft het abonnement per 3 mei 2017 beëindigd.
2. Het geschil
2.1
Ziggo heeft bij dagvaarding gevorderd om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen aan haar te betalen € 486,19, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 439,78 vanaf 27 oktober 2017 tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
2.2
Ziggo legt nakoming van de overeenkomst aan de vordering ten grondslag. Naast
een bedrag van € 439,78 aan hoofdsom (de maandtermijnen over de periode van 1 augustus 2016 tot en met 4 mei 2017 en afsluitkosten ad € 20,-) vordert zij een bedrag van € 6,41 aan vervallen wettelijke rente en € 40,- aan buitengerechtelijke incassokosten.
2.3
[gedaagde] betwist de vordering en voert daartoe het volgende aan. De overeenkomst is beëindigd per 1 juni 2016. Voor eventueel geleverde diensten na die datum zijn geen kosten verschuldigd. Daarnaast is [gedaagde] geen buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd omdat hij nooit een aanmaning heeft ontvangen.

Beoordeling van het geschil

3.1
Door [gedaagde] wordt betwist dat hij nog iets verschuldigd is aan Ziggo na 1 juni 2016. Door Ziggo wordt weliswaar erkend dat [gedaagde] de overeenkomst per 1 juni 2016 heeft willen opzeggen maar een tussentijdse opzegging op grond van artikel 4 van Pro haar algemene voorwaarden is volgens Ziggo niet mogelijk.
Nu het hier een overeenkomst gesloten door een consument betreft, dient ambtshalve te worden getoetst of deze voorwaarde als een onredelijk beding in de zin van de Europese Richtlijn betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (Richtlijn 93/13) dient te worden beschouwd. In dit verband zij opgemerkt dat het niet gaat om een kernbeding.
3.2
Conform de Richtlijn 93/13 dient op grond van de artikelen 6:236 en 6:237 BW worden onderzocht of artikel 4 ‘onredelijk bezwarend’ wordt vermoed te zijn.
De overeenkomst is een overeenkomst als bedoeld in artikel 6:236 onder Pro j BW daar zij strekt tot het geregeld afleveren van zaken. Dit brengt mee - volgens het bepaalde in artikel 6:237 onder Pro k BW - dat de consument bij een contractsduur van meer dan één jaar de mogelijkheid behoort te worden geboden om de overeenkomst in elk geval na één jaar op te zeggen met in achtneming van een opzegtermijn van ten hoogste een maand. Dit betekent dat artikel 4 van Pro de algemene voorwaarden dat bepaalt dat de overeenkomst tussen Ziggo en [gedaagde] niet tussentijds, dus ook niet na een jaar, opgezegd kan worden op grond van artikel 6:237 sub k BW Pro wordt vermoed onredelijk bezwarend te zijn, tenzij Ziggo dit vermoeden weerlegt. Ziggo zal hiertoe bij het nemen van een akte in de gelegenheid worden gesteld. [gedaagde] mag daarna reageren middels een akte.
3.3
Iedere verdere beslissing wordt in dit stadium van het geding aangehouden.

De beslissing

De kantonrechter:
alvorens verder te beslissen
verwijst de zaak naar de rolzitting van
donderdag 12 juli 2018 te 10.00 uurvoor het nemen van een akte door - eerst – Ziggo voor het in rechtsoverweging 3.2 genoemde doel.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.R. Roukema en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
745