ECLI:NL:RBROT:2018:4612
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting woning op grond van Opiumwet
Op 28 mei 2018 heeft de burgemeester van Rotterdam besloten tot sluiting van de woning van verzoeker op grond van artikel 13b van de Opiumwet voor de duur van zes maanden. Verzoeker, eigenaar van de woning, heeft een verzoek om voorlopige voorziening ingediend om deze sluiting te voorkomen.
Tijdens de zitting op 12 juni 2018 heeft de voorzieningenrechter het verzoek behandeld. Verzoeker heeft financiële stukken en een mondelinge toelichting gegeven om aannemelijk te maken dat hij in een financiële noodsituatie zou komen door de sluiting.
De voorzieningenrechter oordeelt echter dat verzoeker onvoldoende heeft aangetoond dat er sprake is van een spoedeisend financieel belang. Op grond van vaste rechtspraak is dit noodzakelijk om een voorlopige voorziening toe te kennen op financiële gronden.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.