Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 28 september 2017 met producties;
- de conclusie van antwoord met producties;
- de brief van 21 februari 2018 waarin de comparitie van partijen is bepaald;
- het proces-verbaal van de comparitie van partijen gehouden op 23 maart 2018.
2.De feiten
3.Het geschil
- een verklaring voor recht dat [gedaagde] zijn taak als bestuurder onbehoorlijk heeft vervuld of (subsidiair) onrechtmatig heeft gehandeld jegens de gezamenlijke crediteuren van CSH Uitzendbureau, dat dit een belangrijke oorzaak van het faillissement van CSH Uitzendbureau is en dat [gedaagde] daarom aansprakelijk is voor het faillissementstekort;
- een veroordeling voor de hierdoor ontstane schade nader op te maken bij staat;
- een veroordeling tot een bestuursverbod op grond van artikel 106a Fw voor de duur van 5 jaar vanaf de datum van het vonnis gedurende welke periode [gedaagde] niet benoemd kan worden tot bestuurder en/of commissaris van een rechtspersoon en niet mag optreden als feitelijk beleidsbepaler van een rechtspersoon, onder opleggen van een dwangsom van