ECLI:NL:RBROT:2018:3181
Rechtbank Rotterdam
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar tegen doorzending naar rechtbank afgewezen
Opposante had bezwaar gemaakt tegen de doorzending van haar bezwaarschrift door verweerder naar de rechtbank, waarna verweerder dit bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde omdat de doorzending geen besluit zou zijn. Opposante stelde beroep in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring, maar de rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat opposante geen procesbelang meer had, aangezien verweerder het bezwaar alsnog in behandeling moest nemen.
Opposante deed verzet tegen deze niet-ontvankelijkverklaring en handhaafde haar beroep. De rechtbank beoordeelde in deze verzetprocedure of de eerdere beslissing zonder zitting juist was genomen en of er twijfel bestond over de rechtmatigheid daarvan. De rechtbank oordeelde dat opposante niet aannemelijk had gemaakt dat zij schade had geleden door de doorzending en dat het handhaven van het beroep geen voldoende procesbelang opleverde.
De rechtbank concludeerde dat het verzet ongegrond is en dat er geen reden is voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 24 april 2018 door rechter A.I. van Strien.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard omdat opposante geen procesbelang heeft bij het handhaven van het beroep.