ECLI:NL:RBROT:2018:3171
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters rechtbank Rotterdam in bestuursrechtelijke procedure
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen drie rechters van de rechtbank Rotterdam, die betrokken waren bij de behandeling van een bestuursrechtelijke procedure over een beroep tegen een besluit van het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Goeree-Overflakkee.
Verzoeker stelde dat de voorzitter van de meervoudige kamer de regie zodanig voerde dat er sprake was van partijdigheid, onder meer door het systematisch beletten van de gemachtigde om het woord te voeren, het herhalen van vragen en het voorhouden van een onjuiste binaire weerspiegeling van antwoorden. De rechters ontkenden deze beschuldigingen en gaven aan dat het gebruikelijk is dat de rechtbank vragen stelt aan partijen en dat de gemachtigde de gelegenheid krijgt het standpunt nader toe te lichten.
De wrakingskamer oordeelde dat de voorzitter bevoegd was om de regie te voeren en vragen te stellen aan verzoeker zelf, en dat dit geen schijn van vooringenomenheid opleverde. Ook het herhalen van vragen en het handhaven van orde in de zittingszaal vielen binnen de taak van de voorzitter. Verzoeker was bovendien op de hoogte dat zijn gemachtigde het woord zou krijgen. Gezien deze omstandigheden werd het wrakingsverzoek afgewezen.
De beslissing werd uitgesproken door de voorzitter en twee rechters van de wrakingskamer tijdens een openbare zitting op 12 april 2018.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters werd afgewezen wegens gebrek aan aanwijzingen voor vooringenomenheid.