ECLI:NL:RBROT:2018:3117
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens termijnoverschrijding in bestuursrechtelijke zaak
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. M.G.L. de Vette, senior rechter in de rechtbank Rotterdam, naar aanleiding van de planning van een zitting op 23 februari 2018 terwijl de vereiste dossiers volgens verzoeker niet compleet waren. Verzoeker stelde dat de rechtbank onjuiste en ongefundeerde stukken hanteerde en dat zijn grondrechten werden geschonden door een onzorgvuldige rechtsgang.
De wrakingskamer stelde vast dat verzoeker de oproepingsbrief voor de zitting op 23 februari 2018 reeds op 16 januari 2018 had ontvangen, waarin de naam van de rechter en de zittingsdatum waren vermeld. Het wrakingsverzoek werd echter pas op 8 februari 2018 ingediend, wat niet voldoet aan de eis van tijdigheid volgens artikel 8:16 lid 1 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De wrakingskamer oordeelde dat verzoeker niet aannemelijk had gemaakt waarom het verzoek later werd ingediend en dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was. Verzoeker was bovendien niet verschenen bij de zitting van 29 maart 2018 waarin het wrakingsverzoek werd behandeld. Daarom werd het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank benadrukte het belang van een tijdige indiening van wrakingsverzoeken en de noodzaak van een eerlijk en zorgvuldig proces, maar vond dat in deze zaak niet aan de vereiste termijnen was voldaan. De beslissing werd uitgesproken door drie rechters en de griffier was aanwezig.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard wegens het te late indienen van het verzoek.