Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift ex artikel 7:681 BW Pro, tevens verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening, met producties, ontvangen op 16 februari 2018;
- het verweerschrift ex artikel 7:681 BW Pro en tegen het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening, tevens inhoudende een (voorwaardelijk) tegenverzoek;
- de bij brief d.d. 12 maart 2018 in het geding gebrachte producties aan de zijde van [verzoeker];
- de bij gelegenheid van de mondelinge behandeling overgelegde pleitaantekeningen
2.De feiten
3.De verzoeken van [verzoeker] en het verweer van Progeco
- het ontslag op staande voet te vernietigen;
- Progeco te veroordelen [verzoeker] binnen 24 uur na betekening van de beschikking toe te laten tot het verrichten van de overeengekomen werkzaamheden, tot het moment dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen rechtsgeldig zal zijn geëindigd, onder verbeurte van een dwangsom van € 250,- voor iedere dag of deel daarvan dat Progeco in gebreke blijft aan deze veroordeling gevolg te geven;
- Progeco te veroordelen tot betaling van het salaris aan [verzoeker] van € 8.485,24 bruto per maand vanaf 16 januari 2018 tot het moment dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen rechtsgeldig zal zijn geëindigd, te vermeerderen met de wettelijke verhoging conform artikel 7:625 BW Pro;
- Progeco te veroordelen tot betaling aan [verzoeker] van € 8.485,24 bruto ter zake van gefixeerde schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 februari 2018 tot aan de dag der algehele voldoening;
- Progeco te veroordelen tot betaling van € 3.921,29 bruto ter zake van loon over de periode vanaf 16 januari 2018 tot en met 30 januari 2018, te vermeerderen met de wettelijke verhoging conform artikel 7:625 BW Pro;