Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding
- de overgelegde producties
- de mondelinge behandeling
- de pleitnota van gedaagde.
Rechtbank Rotterdam
ABN AMRO Bank vordert in kort geding de opheffing van het conservatoir beslag dat CATOM Distribution B.V. heeft gelegd op een hypothecair onderpand. Het onderpand betreft een opstalrecht op een perceel grond met daarop opstallen, waarop ABN AMRO als eerste hypotheekhouder een recht van hypotheek heeft en een tweede hypotheek is gevestigd ten gunste van een derde partij.
De bank heeft het onderpand onderhands verkocht voor € 425.000, een bedrag dat hoger is dan de getaxeerde executiewaarde van € 380.000. De beslaglegger weigert echter het beslag door te halen, waardoor de bank een contractuele boete van € 42.500 riskeert en de verkoop dreigt te mislukken. De rechtbank oordeelt dat het weigeren van doorhaling van het beslag misbruik van bevoegdheid inhoudt, gelet op de redelijkheid en belangenafweging.
De rechtbank weegt mee dat bij executoriale verkoop een lagere opbrengst te verwachten is, wat nadelig is voor alle betrokken partijen, waaronder de eigenaar en de tweede hypotheekhouder. De bank heeft voldoende geduld betracht en de verkoopprijs is redelijk. De primaire vordering tot opheffing van het beslag wordt toegewezen en de beslaglegger wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beslag van de beslaglegger op het hypothecair onderpand wordt opgeheven wegens misbruik van bevoegdheid.