Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
mr. drs. E. van Schoutenen
mr. W.J. Roos-van Toor, rechters in de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken in de rechtbank Rotterdam (hierna: de rechters),
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft bij de rechtbank Rotterdam een wrakingsverzoek ingediend tegen drie met name genoemde rechters en de leden van de vaste wrakingskamer. Dit verzoek werd ingediend op 13 februari 2018, nadat dezelfde rechters op 9 februari 2018 al een eindbeschikking hadden gegeven in een eerdere wrakingsprocedure.
De rechtbank oordeelt dat wraking bedoeld is om de onpartijdigheid van de rechter te waarborgen zolang deze nog bij de behandeling van de zaak betrokken is. Omdat de rechters reeds een einduitspraak hadden gedaan, was het wrakingsverzoek tegen hen niet-ontvankelijk. Daarnaast was het verzoek tegen de vaste wrakingskamer niet ontvankelijk omdat het niet gericht was op de rechters die de zaken van verzoeker behandelden en omdat het verzoek tegen het gehele college was gericht.
Op grond van deze overwegingen wijst de rechtbank het wrakingsverzoek af wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid conform het Wrakingsprotocol van de rechtbank Rotterdam.
Uitkomst: Wrakingsverzoek afgewezen wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid.