ECLI:NL:RBROT:2018:1829
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- J.A.M.J. Janssen-Timmermans
- F.W. van Lottum
- H.J.M. van der Kaaij
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter in huurgeschil
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. R.R. Roukema, rechter in een huurgeschilprocedure, omdat hij meent dat zijn recht op een eerlijk proces is geschonden door het accepteren van stukken van de gemachtigde van de wederpartij zonder dat het volledige dossier was overgelegd.
De wrakingskamer heeft het verzoek inhoudelijk beoordeeld en vastgesteld dat de aangevoerde gronden betrekking hadden op een procesbeslissing van de rechter, namelijk het accepteren en toezenden van stukken voorafgaand aan de comparitie. Een dergelijke procesbeslissing vormt in beginsel geen reden voor wraking, tenzij sprake is van zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.
De rechter heeft schriftelijk gereageerd en toegelicht dat het gebruikelijk is dat gemachtigden stukken voorafgaand aan een comparitie toezenden en dat verzoeker zich niet akkoord verklaarde met deze gang van zaken. De wrakingskamer concludeerde dat er geen feiten of omstandigheden zijn die een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid rechtvaardigen.
Daarom is het wrakingsverzoek ongegrond verklaard en afgewezen. Verzoeker was niet aanwezig bij de wrakingszitting, maar had nog een brief ingediend met bezwaren tegen het doorgaan van de zitting zonder volledig dossier.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is afgewezen wegens het ontbreken van zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.