Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de brief van de rechtbank aan partijen van 13 september 2017
- het proces-verbaal van comparitie van 17 januari 2018.
Rechtbank Rotterdam
Partijen zijn in 2009 gehuwd volgens islamitisch recht in Iran en zijn in 2016 gescheiden volgens Nederlands recht. De vrouw vordert dat de man meewerkt aan de ontbinding van het islamitische huwelijk door het geven van talaq, zodat zij zelf de echtscheiding kan uitspreken, en dat hij de bruidsschat betaalt.
De man stelt dat het islamitische huwelijk reeds is ontbonden en dat de vrouw mondeling heeft ingestemd met afstand van haar rechten op de bruidsschat. Hij betwist ook de omvang van de bruidsschat en weigert mee te werken aan de talaq omdat dit gevolgen heeft voor zijn rechten.
De rechtbank oordeelt dat de man zijn standpunt onvoldoende heeft onderbouwd en dat het islamitische huwelijk nog niet is ontbonden. De weigering van de man om mee te werken aan de talaq is onrechtmatig omdat de vrouw hierdoor in haar levensmogelijkheden wordt beperkt. De rechtbank stelt de waarde van de bruidsschat vast op €16.000,00, lager dan door de vrouw gevorderd.
De man wordt veroordeeld tot medewerking aan de islamitische echtscheiding door het geven van talaq, onder dreiging van een dwangsom, en tot betaling van de bruidsschat. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De man wordt veroordeeld tot medewerking aan de islamitische echtscheiding door het geven van talaq en tot betaling van €16.000 aan bruidsschat.