Eiseres, die sinds 2015 in Nederland verblijft en een bijstandsuitkering ontvangt, verzocht meerdere keren om opvang op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). De gemeente Molenwaard wees deze verzoeken af met het argument dat zij zelfredzaam is en in staat geacht wordt zelfstandig woonruimte te vinden. De rechtbank oordeelt dat eiseres onvoldoende bewijs heeft geleverd dat zij niet zelfredzaam is. Hoewel zij momenteel in een opvanggezin verblijft, is zij geacht zich in te schrijven bij verschillende gemeenten om woonruimte te vinden.
De rechtbank verklaart de beroepen tegen eerdere besluiten niet-ontvankelijk omdat de feitelijke situatie inmiddels is gewijzigd en geen schade is gesteld. Het beroep tegen het meest recente besluit, waarin het bezwaar ongegrond werd verklaard, wordt ongegrond verklaard. De voorzieningenrechter wijst ook de verzoeken om voorlopige voorziening af omdat geen spoedeisend belang bestaat.
De uitspraak benadrukt dat eiseres sinds juli 2017 een verblijfsvergunning en bijstandsuitkering heeft, en dat de wachttijd voor een woning in haar gemeente ongeveer zeven maanden bedraagt. Haar beperkte inschrijving bij slechts één woningcorporatie met een langere wachttijd wordt als onvoldoende beschouwd. Er zijn geen medische of andere omstandigheden aangevoerd die haar zelfredzaamheid beperken.
De rechtbank bevestigt daarmee het standpunt van de gemeente dat eiseres in staat is zelfstandig woonruimte te vinden en dat de opvangbesluiten terecht zijn genomen. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter W.P.M. Jurgens op 22 februari 2018.