Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- vrijspraak van het ten laste gelegde;
- afwijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging in de zaak met parketnummer
Rechtbank Rotterdam
Op 28 september 2018 heeft de rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak waarin verdachte werd verdacht van diefstal van een fooienpot met geweld en bedreiging. De tenlastelegging betrof een diefstal gepleegd op of omstreeks 9 maart 2018 te Gorinchem, waarbij verdachte zou hebben weggenomen een fooienpot met geldbedrag, toebehorende aan een winkel.
Tijdens de terechtzitting is vastgesteld dat het bewijs onvoldoende was om wettig en overtuigend vast te stellen dat verdachte de dader was. Camerabeelden toonden personen die niet met zekerheid konden worden geïdentificeerd als verdachte. Zowel de officier van justitie als de verdediging waren het eens dat het ten laste gelegde niet bewezen kon worden, waarna de rechtbank verdachte vrijsprak.
Daarnaast was er een vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van 16 dagen, met een proeftijd van twee jaar die op 5 mei 2018 was ingegaan. Omdat het ten laste gelegde feit plaatsvond op 9 maart 2018, vóór het ingaan van de proeftijd, en verdachte werd vrijgesproken, wees de rechtbank de vordering tot tenuitvoerlegging af.
De rechtbank verklaarde het ten laste gelegde niet bewezen en sprak verdachte vrij van de diefstal. Tevens wees zij de gevorderde tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf af.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van diefstal en vordering tot tenuitvoerlegging van voorwaardelijke straf wordt afgewezen.