Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het incidentele vonnis van 24 januari 2018, alsmede de daaraan ten grondslag liggende processtukken;
- de conclusie van antwoord, met producties
- de brief d.d. 23 april 2018, met producties ;
- het proces-verbaal van de comparitie op 24 april 2018 en de ter gelegenheid daarvan overgelegde spreekaantekeningen aan beide zijden;
- de akte zijdens RRF c.s.;
- de antwoordakte zijdens HTRS c.s..
2.De feiten
Artikel 19 .(dat deel uitmaakt van titel IV, opm. rb)
Onderlinge aansprakelijkheid Spoorwegondernemingen
2. De in het eerste lid bedoelde aansprakelijkheid voor vermogensschade is beperkt tot uitsluitend de hierna te noemen schadesoorten, steeds onder de daarbij vermelde voorwaarden en met uitdrukkelijke uitsluiting van schade door omzet- en winstderving:
3.Het geschil
4.De beoordeling
Voor wat betreft de regeling van de rechtsverhouding tussen vervoerder en spoorweginfrastructuurbeheerder geeft het nieuwe COTIF een aantal uniforme regels in de zogenoemde CUI-bijlage3. Deze regels veronderstellen een publiekrechtelijke of privaatrechtelijke overeenkomst tussen vervoerder en beheerder. De voorgestelde nieuwe Spoorwegwet gaat uit van een publiekrechtelijke, non-discriminatoire regeling van de verhoudingen tussen de beherende overheid en de vervoerders.