Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[eiser 1] ,
[eiser 2],
[eiser 3],
[eiser 4],
[gedaagde 1],
[gedaagde 2],
1.De procedure
- het tussenvonnis van 25 januari 2017 in deze zaak, alsmede de daaraan ten grondslag liggende stukken;
- de akte na tussenvonnis van [eiser 1] c.s. d.d. 22 maart 2017, met producties;
- de akte na tussenvonnis van Loeff c.s. d.d. 10 mei 2017.
2.De verdere beoordeling
De heer [eiser 1]
informeren bij Loeff of er bezwaren zijn dat er in Nederland spaarrekeningen blijven staan.”
[naam 6] verzocht mij – aangezien ik voor onze maatschap de verzekeringszaken behandel – te reageren op uw brief van 20 januari.
a) een procedure anders onvermijdelijk is;
a) het aanmerkelijke belang is voor [eiser 1] een sterke zaak, doch, er is altijd
a) procederen met de kans het schenkingsrecht te moeten betalen (het
- belanghebbende en zijn echtgenote hebben de onder 3.7.6 genoemde lidmaatschappen en dat van het Rode Kruis aangehouden en zijn lid en/of geldelijk ondersteuner van (…) kerken gebleven;
- de Inspecteur heeft gesteld dat belanghebbende, gedurende de periode dat hij geen lid is geweest van de Rotary Club Brielle te Nederland, wel degelijk deel heeft genomen aan
tax-drivenconstructie. Het geschonden belang is dan geen rechtens beschermd belang.
second opinionin te winnen, hetgeen geleid heeft tot het onder 2.2.11 genoemde, aan [eiser 1] sr. toegezonden advies van prof. Zwemmer. [eiser 1] sr. wist wat op het spel stond, had een keuze en kon die verantwoord (want volledig geïnformeerd) maken, aldus Loeff c.s. [eiser 1] sr. heeft bij zijn volle verstand tot twee keer toe de keuze gemaakt om geen schikking te treffen, ondanks het feit dat prof. Zwemmer anderszins had geadviseerd. Door hard te onderhandelen heeft Loeff c.s. er alles aan gedaan een voor [eiser 1] sr. zo gunstig mogelijk compromisvoorstel van de Belastingdienst te krijgen. De verwijten aan haar adres zijn dan ook onterecht, aldus Loeff c.s.
second opinionaan te vragen bij prof. Zwemmer heeft Loeff c.s. gehandeld conform hetgeen van een redelijk handelend en bekwaam adviseur mag worden verwacht onder de gegeven omstandigheden.
we kunnen slechts winnen” (advies van 17 april 2001) en “
ik hou vol: de inspecteur heeft geen zaak (…) als het gaat om het aanmerkelijk belang” (brief van 11 september 2001). Het tegengeluid dat de door Loeff c.s. ingeschakelde prof. Zwemmer in zijn
second opinionlaat horen over de kans van succes van de winstbewijzenconstructie legt [gedaagde 1] naast zich neer. Prof. Zwemmer gaat in zijn advies in op het leerstuk van
fraus legis, waarmee de Belastingdienst volgens hem mogelijk succes zou kunnen hebben. [gedaagde 1] schrijft [eiser 1] in de in 2.2.12 geciteerde brief - kort gezegd - dat dit leerstuk in zijn ogen niet van toepassing is en schrijft daarmee dit deel van het advies van prof. Zwemmer af. De rechtbank stelt in dit kader vast dat het Hof weliswaar geen uitspraken heeft gedaan over het leerstuk
fraus legis– want het Hof kwam daar niet aan toe – maar dat neemt niet weg dat [gedaagde 1] - als redelijk handelend en redelijk bekwaam adviseur - het advies van prof. Zwemmer ter zake serieus had moeten nemen, in ieder geval als signaal dat het succes van de winstbewijzenconstructie niet vanzelfsprekend was. [gedaagde 1] nuanceert zijn advisering ter zake de winstbewijzenconstructie echter (ook) niet na de opinie van prof. Zwemmer. In de brief van 11 september 2001 schrijft hij het hierboven reeds aangehaalde citaat, inhoudende dat de inspecteur geen zaak heeft. Diezelfde brief sluit hij af met: “
Mij komt het voor dat ik de inspecteur kan laten weten dat U niet bereid bent op zijn aanbod in te gaan en dus de procedures voortzet”.
De heer [eiser 1] , Farm Frites Beheer B.V.(…)” en het gegeven dat de facturen van Loeff c.s. door Farm Frites werden voldaan, bevestigen de verwevenheid tussen [eiser 1] c.s. en Farm Frites. Dit brengt met zich dat het verweer van [eiser 1] c.s. dat zijn adviesrelatie met Loeff c.s. los stond van die van Farm Frites wordt gepasseerd.