Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van feit 1 (poging tot moord) en van feit 2;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaar met aftrek van voorarrest, alsmede oplegging van de vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht - dadelijk uitvoerbaar - voor de duur van 5 jaar, inhoudende een contactverbod met [slachtoffer 1] en een locatieverbod voor de woning van [slachtoffer 1] , met toepassing van vervangende hechtenis van 1 maand per overtreding, met een maximum van 6 maanden hechtenis, voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan.
4.De verdediging
5.Waardering van het bewijs
Deze verklaring wordt echter weersproken door de e-mails die de verdachte in de tussenliggende periode heeft gestuurd, waarin hij allereerst aangeefster verzoekt niet bij hem weg te gaan en iets later haar verwijt dat zij hem alleen maar negeert. De verdachte heeft voor de inhoud van deze e-mails, te bezien in het licht van zijn verklaring over de gang van zaken die dag, ook geen verklaring kunnen geven.
’s Morgens omstreeks 08:10 uur - nadat de kinderen van aangeefster de woning hadden verlaten - is de verdachte achter het knieschot in de slaapkamer vandaan gekomen en is hij met het mes naar de douche gerend, waar hij aangeefster direct naar de keel is gevlogen en haar op diverse plaatsen met een mes in haar lichaam heeft gestoken. Daarbij heeft de verdachte gebruik gemaakt van de kwetsbare situatie waarin aangeefster zich op dat moment bevond: zij was aan het douchen en bevond zich in een krappe doucheruimte. Zij kon niet vluchten.
6.Strafbaarheid feiten
1.poging tot moord;
2.smaadschrift, meermalen gepleegd.
7.Strafbaarheid verdachte
8.Motivering straf en maatregel
9.Vordering benadeelde partij / schadevergoedingsmaatregel
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Bijlagen
12.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 10 (tien) jaren;
maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de
dadelijk uitvoerbaaris;
€ 21.095,56 (zegge: éénentwintigduizend en vijfennegentig euro en zesenvijftig eurocent), bestaande uit € 6.095,56 aan materiële schade en € 15.000,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 december 2018 ten aanzien van de materiële schade (€ 6.095,56) en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 mei 2018 ten aanzien van de immateriële schade (€ 15.000,00), beide tot aan de dag van de algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde] te betalen
€ 21.095,56 (zegge: éénentwintigduizend en vijfennegentig euro en zesenvijftig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 december 2018 ten aanzien van de materiële schade (€ 6.095,56) en vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 mei 2018 ten aanzien van de immateriële schade (€ 15.000,00), beide tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van
140 (honderdveertig) dagen;toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;