Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- vrijspraak van het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde;
- bewezenverklaring van het onder 2 en 3 ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar.
4.Vrijspraak
5.In beslag genomen voorwerpen
6.Toepasselijke wettelijke voorschriften
7.Benadeelde partijen
- [naam benadeelde 1] (de moeder van het slachtoffer), bijgestaan door mr. C.C.J.L. Huurman-Ip Vai Ching, advocaat te Rotterdam, ter zake van het onder 1 ten laste gelegde feit. Zij vordert een vergoeding van € 9.057,80 voor geleden materiële schade, een vergoeding van € 25.000,- voor geleden immateriële schade en een vergoeding van € 15,73 voor reiskosten in verband met het bijwonen van de terechtzittingen op 3 en 4 december 2018. Verzocht is de vergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente te rekenen vanaf 28 mei 2017. Daarnaast is gevorderd de verdachte te veroordelen in de proceskosten ter hoogte van € 2.420,- aan salaris van de advocaat;
- [naam benadeelde 2] ter zake van het onder 3 ten laste gelegde feit. Hij vordert een vergoeding van € 7.729,39 voor geleden materiële schade en een vergoeding van € 8.000,- voor geleden immateriële schade.