ECLI:NL:RBROT:2018:10411
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering tot overhandiging van inboedel na ontruiming gehuurde kamer
In deze kortgedingprocedure vordert eiser, huurder van een onzelfstandige kamer, dat gedaagde, eigenaar van het gehuurde, wordt veroordeeld tot overhandiging van een gedeelte van zijn inboedel die tijdens zijn vakantie ontruimd is. Eiser stelt dat gedaagde ondanks afspraken en aanmaningen niet tot afgifte is overgegaan en dat hij zijn administratie en persoonlijke spullen dringend nodig heeft.
Gedaagde is niet verschenen en verstek is verleend nadat is vastgesteld dat de oproeping correct heeft plaatsgevonden. De kantonrechter stelt vast dat eiser een spoedeisend belang heeft en dat de vordering niet ongegrond of onredelijk is. Op basis van de overgelegde stukken wordt de vordering toegewezen, met een dwangsom gemaximeerd op € 2.500,00.
Daarnaast wordt gedaagde veroordeeld in de proceskosten, bestaande uit griffierecht en salaris gemachtigde. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot overhandiging van de inboedel met dwangsom en proceskostenveroordeling.