Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het verloop van de procedure
2.De vaststaande feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
5.De beslissing
:
Rechtbank Rotterdam
Eiseres is sinds 2014 in dienst van werkgever en ontvangt een uurloon van €10,18 inclusief vakantiebijslag en vergoeding voor vakantietijd. Eiseres vordert betaling van een achterstallige vergoeding voor vakantiedagen over 2014-2018, stellende dat deze niet in het uurloon is verdisconteerd.
Werkgever stelt dat de vergoeding wel is verdisconteerd en voert subsidiair verweer dat eiseres niet tijdig heeft geklaagd volgens de klachtplicht van artikel 6:89 BW Pro. De rechtbank onderzoekt of deze klachtplicht van toepassing is op arbeidsovereenkomsten, geldsommen en gedeeltelijke niet-nakoming.
De rechtbank oordeelt dat de klachtplicht ook geldt voor arbeidsovereenkomsten en geldsommen, maar niet van toepassing is op geschillen over de omvang van de verbintenis zelf, zoals hier het geval is. Werkgever heeft onvoldoende duidelijkheid verschaft in de overeenkomst dat vakantietijdvergoeding in het uurloon was inbegrepen.
Daarom wordt werkgever veroordeeld tot betaling van de gevorderde bedragen, met een gematigde wettelijke verhoging en rente. Werkgever wordt tevens veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van de vergoeding voor vakantiedagen, buitengerechtelijke kosten en rente.