Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het tussenvonnis van 25 juni 2014 waarin een comparitie is bepaald en de daarin genoemde processtukken;
- de bij B-formulier van 24 november 2014, 3 december 2014, respectievelijk 4 december 2014 door [eiseres] toegezonden producties;
- het proces-verbaal van comparitie van 9 december 2014 waarin een vaststellingsovereenkomst is opgenomen, waarna de zaak naar de parkeerrol is verwezen en vervolgens is doorgehaald;
- het rolbericht van 26 juli 2017 van [eiseres] waarbij zij verzoekt vonnis te wijzen;
- de conclusie na comparitie van [gedaagde] ;
- de conclusie na comparitie tevens akte wijziging van eis van [eiseres] .
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
5.De beslissing
- een bedrag van € 3.000,00 met ingang van 2 februari 2015
- een bedrag van € 5.000,00 met ingang van 2 maart 2015
- een bedrag van € 5.000,00 met ingang van 2 april 2015